Overgenomen van site GENEALOGIE HORLINGS bereikbaar per mail op K. Beumee

HET HUIS HORLINGS door W. Horlings

Page last updated at:
This page in English English, Deutsch Deutsch, Franšais Franšais, Espaniol Espaniol, Italiano Italiano, Russian Russian, Arabic Arabic.

Er is waarschijnlijk maar EEN familie Horlings. Of en in hoever er een relatie bestaat met de families Horling, Hoerling en Hoerlings, die zeker vanaf 1500 in Duitsland voorkomen, zal wel moeilijk te achterhalen zijn. In elk geval hebben alle Horlingsen die hierna genoemd worden en hun nakomelingen in Nederland, Amerika en Canada hun oorsprong in die boerderij, het Horlinghs-huis,

in Smeerling tussen Onstwedde en Vlagtwedde in de provincie Groningen, waar vanaf de Middeleeuwen onze voorouders hebben gewoond en gewerkt.

Deze boerderij bestaat nog! Zij heeft vanaf ongeveer 1800 het huisnummer 13 en is van 1980 tot 1983 door de stichting Smeerling-Metbroekbos gerestaureerd.

Vanaf de Middeleeuwen worden in Smeerling 6 boerderijen genoemd. Rondgaand zijn dat: het Horlinghs, het Halmingh, het Hoissingh (ca 1930 afgebroken), het Hiddingh, het Edingh en het Lotteringh. Vanaf 1972 is dit prachtige landschap in het Metbroek-bos een beschermd natuurgebied.

TANGKLINCK-HUIS. In 1474 beleende Herman, prior van de abdij Corvey aan de Weser, de hoofdeling Egge Addinga met het landschap Westerwolde; ook met Smeerling "uthgenomen het Tangklinck-hus, het Edinge-hus en het Lotteringe-hus"

Twee vragen:

1. Waarom vallen deze 3 huizen buiten het leen?

2. Wat was het Tangklinck-hus?

het Horlinghs-huis

Bovenstaande pen-tekening is gemaakt door Geert Schreuder,

kunstschilder te Onstwedde

GENEALOGIE

I. GHERT HORLINGES. Eigenerfde landbouwer te Smeerling. Hij leefde van ca. 1450 tot ca. 1510. Hij wordt als getuige van Smeerling genoemd in een "Getuigenis, afgelegd door ingezetenen van Westerwolde, voor Herman Kopis, gezworen Rigter van Westerwolde, in een geschil tusschen Onstwedde en Ellersinghuizen over Onstwedderbroek, enz. Vrijdag voor Viti 1504".

Aangehecht is een transfix-brief uit 1542, op verzoek van de Onstwedders geschreven door Hans Hesse, Drost te Wedde, Else ten Veenhuis, Rigter te Westerwolde, en Jacob Prenger, Rigter te Bellingwolde.

Dit document bevindt zich in het Stadsarchief Groningen, door H.O.Feith gecatalogiseerd als: 1504, no.46, in:"Verzameling van Afschriften". Het werd afgeschreven "naar eene gebrekkige geschrevene copie, mij medegedeeld door den Hooftm. van Swinderen in 1792; de originele brief is in Onstwedde".

Omringd en ingesloten door uitgestrekte en ontoegankelijke moerassen hebben de bewoners van Westerwolde als vrije mensen eeuwen lang hun eigen zaken geregeld. Maar in 1316 stelden zij zich onder de bescherming van de bisschop van Munster. Als huldeblijk moesten zij voortaan een hoen leveren "uit elk huis waaruit rook opsteeg" (unaquaque domus fumum gerens), het z.g. dergeld. Was er toen al deHOENDERGELD. Was er toen al de dreiging van de komst van de ADDINGA's? De Dol- am en Bellingwolde. lard reikte ca. 1500 tot Noordbroek, Winschoten,Blijham en Bellingwolde.

Mogelijk hebben de Addinga's toen uit Reiderland moeten vluchten.

Grote boeren bouwden sterke steenhuizen en de machtigsten verzamelden een legertje om zich heen, waarvan zij de "hoofdeling" (Hauptling) = aanvoerder waren. Zo zal het ook met de Addinga's zijn gegaan. In Wedde bouwen zij op grond van de abdij Corvey een steenhuis. In 1391 worden zij voor het eerst in een oorkonde genoemd, in Westerwolde, maar als "hoofdelingen in Reiderland".

In de tijd van GHERT HORLINGES heersten de Addinga's al een eeuw over de Westerwolders vanuit hun borg in Wedde. Allerlei rechten van de Westerwolders hebben zij zich geleidelijk aan toegeeigend. EGGE ADDINGA verplaatste het gerecht van Vlachtwedde naar zijn borg in Wedde, stelde een tol in bij zijn borg, verhoogde willekeurig de boeten, brak `s nachts in bij zijn onderdanen, vernielde hun huizen, voerde mensen willekeurig gevankelijk weg en mishandelde hen.

In 1475 kwam het tot een uitbarsting. Egge Addinga werd door de bewoners van Westerwolde gedood en opgevolgd door zijn zoon HAIJE ADDINGA, die het schrikbewind van zijn vader voortzette. In hetzelfde jaar wendden de bewoners van Westerwolde zich met een "Klaagschrifte over Eggen Addinges en Haijen synen sone" tevergeefs tot de bisschop van Munster. In 1476 liet Haije de pastoor van Onstwedde, die hem kwam vermanen, gebonden achter een paard voortslepen tot hij dood was.

Om hun rechten te handhaven stelden de Westerwolders in 1470 hun Landrecht op schrift. Dat was eeuwen lang van generatie op generatie MONDELING overgeleverd. Daaruit blijkt, dat van ouds het opperste gezag berustte bij de ingezetenen van Westerwolde zelf, de z.g. MEENTE. De Meente was souverein.

Zij kon verbonden sluiten, oorlog voeren, vrede sluiten en wetten maken.

De Meente koos het dagelijks bestuur, dat bestond uit een RICHTER (judex) en 12 GEZWORENEN (consules). Het WESTERWOLDSE LANDRECHT onderscheidde drieerlei vergadering van rechtspraak: RECHTEGODING, AGTERGODING en RECHTDAG.

In 1478 verwoestte de stad Groningen de Wedderborg en bouwde aan de Pekel-A de PEKELBORG als residentie van de Drost, om Haije Addinga in toom te houden.

Dit was het begin van het einde van de macht van de Addinga's. Aan het einde van de 15e eeuw had de stad Groningen een macht als nooit tevoren. Een nieuwe fraaie Martinitoren werd gebouwd

van 1469 tot 1482. In 1464 werd het klooster "DOMUS NOVAE LUCIS' te Ter Apel gebouwd. Uit diezelfde tijd dateert de huidige kerk van Onstwedde. De doopvont is van 1320.

In 822 stichtte Lodewijk de Vrome, de zoon van Karel de Grote, de abdij van Corvey (bij Hoexter aan de Weser). De abdij werd begiftigd met grote bezittingen, o.a. met Westerwolde. Via deze abdij behoorde Westerwolde daarom KERKELIJK tot het bisdom OSNABRUECK. De OMMELANDEN behoorden echter tot het bisdom MUENSTER, waarvan LIUDGER, die in de Ommelanden het Evangelie bracht, in 804 de eerste bisschop was. En GRONINGEN behoorde, als oorspronkelijk Drents dorp, tot het bisdom Utrecht.

II. AIJKE HORLINGES. Eigenerfde landbouwer te Smeerling. Hij leefde van ca. 1480 tot ca. 1540. Hij wordt genoemd als gemachtigde van het kerspel Onstwedde in een delegatie uit Westerwolde die samen met de Drost REYNOLT VAN BURMANNIA de door keizer Karel V toegezegde afkoop van de molenrechten en huisdiensten regelde. Dit document is gedateerd: 17 oktober 1538. Het bevindt zich in het Rijksarchief te Zwolle als: Inv. no. 224, fol. XXIX verso. Het behoort tot de "Overijsselsche Rekeningen en andere stukken uit de Hollandsche Rekenkamer 1528-1581". Deze toezegging had de keizer gedaan in een privilege-brief van 12 augustus 1538 in antwoord op een verzoek van de ingezetenen van Westerwolde, dat ik niet heb kunnen vinden. De afkoopsom bedroeg 2000 Emder guldens, in 4 jaar te betalen.

In zijn tijd kwam er een definitief einde aan de heerschappij van de Addinga's.

In december 1529 sloeg BEREND VAN HACKFORT, een generaal van KAREL VAN GELRE,

het beleg voor de Wedderborg. Hij bediende zich van een krijgslist. Hij dreigde met zwaar geschut "dess hij nochtans gheene gehadt dan eenege gevarwede boterkarnen op raders gelecht". De belegerden werden verlamd van schrik en gaven zich over. De nadering van de woeste Gelderse troepen veroorzaakte grote paniek onder de Westerwolders. Velen vluchtten naar Munster.

Maar op hulp van de bisschop hoefden ze niet te rekenen, want "het weer Zijn Erwerdige Genade ongeleegen omme een jaerlicx hoen EEN peerdt tho sadelen".

Maar in 1536 werden de Geldersen verdreven door George Schenck van Toutenborg, die namens keizer Karel V stadhouder was van Groningen, Friesland, Drente en Overijssel. Bij de VREDE VAN GRAVE stond Karel van Gelre Groningen en de Ommelanden af aan de keizer. Wegens zijn bizondere verdiensten werd George Schenck van Toutenborg in 1538 door de keizer beleend met de heerlijkheid Westerwolde. Het werd volgens Overijssels leenrecht gegeven, omdat het leenstelsel in Groningen en Friesland en in die tijd ook nog in Drente onbekend was. Het wapen van de Toutenborgs is nog te zien boven de hoofddeur van de Wedderborg. In datzelfde jaar 1538 kregen de Westerwolders afkoop van molenrechten en huisdiensten. In rechtszaken staan de Westerwolders voortaan onder de Richter. Deze is verantwoordelijk aan de Drost te Wedde.

En van de Drost is voortaan beroep mogelijk op de Groningse Hoofdmannenkamer, dat is de latere Hoge Justitie Kamer.

III. JOHAN HORLINGES. Eigenerfde landbouwer te Smeerling. Hij leefde van ca. 1510 tot 1569. Hij wordt genoemd in een document van 9 september 1547, dat handelt over een geschil tussen Smeerling en Onstwedde over de marke- scheiding tussen die beide plaatsen (Bevindt zich in Stadsarchief Groningen).

Ook wordt zijn naam onder Smeerling vermeld in het Hoenderregister van 1568.

In Westerwolde had men, met uitzondering van de in cultuur gebrachte landbouw gronden, al het land gemeenschappelijk (heide, bossen, woeste grond, grasland, wegen en rivieren). Dat waren de MARKEGRONDEN (de in cultuur gebrachte landbouwgronden waren de ESGRONDEN). Niet door dit gebruik als zodanig onderscheidden zij zich van de hen omringende volken. Reeds JULIUS CAESAR (Bellum Gallicum, VI,cap.22) en TACITUS (Germania 26) spraken hun verbazing uit over dit gebruik bij de Germanen. Wel opmerkelijk is, dat de Westerwolders dit gebruik hebben kunnen handhaven tot het midden van de vorige eeuw! Pas omstreeks 1850 hebben de eigenerfde boeren van Westerwolde deze markegronden onder elkaar verdeeld. Als de OSSEHEER 's morgens op zijn hoorn blies zetten de boeren de staldeuren open en alle koeien volgden hem naar de markegronden om daar te grazen. 's Avonds kwamen zij terug en elke koe wist waar zij thuis hoorde. De SCHEPER hoedde de schapen op de heidevelden.

De oudste Saksische boerderij, het z.g. hallenhuis of "los hoes", was een grote rechthoekige ruimte waarin mens en dier samen leefden. Men profiteerde van de warmte van het vee. Later werd het woongedeelte afgescheiden door gevlochten teenwerk, met leem gladgestreken. Naast de boerderij de bijschuur (spiker) voor hooi en verdere voedingsgewassen. Pas na 1700 ging men baksteen gebruiken. Aan de noordzij van het erf, tegen een beschuttende wal, de bijenkorven (vaak

wel 100) en de bakoven. De bijen kregen vroeger mededeling van de dood van de boer of de boerin. De boer klopte aan en zei: "Ieme, dien vraauw is dood". Pas tegen het einde van de vorige eeuw heeft suiker de honing als zoetmiddel verdrongen. Men verbouwde rogge, gerst, haver en bonen en na 1450 ook boekweit.

Verder ging men op jacht en ving vis. Bier werd uit koehoorns gedronken.

George Schenck van Toutenburg overleed in 1540 en werd opgevolgd door zijn zoon Karel. In 1545 regelde hij de markescheiding tussen Onstwedde en Ellersinghuizen en in 1547 die tussen Onstwedde en Smeerling. Die van Smeerling zwoeren "met opgerichten vingeren" dat de grenspalen stonden zoals in de tijd van hun vaderen en werden in het gelijk gesteld. De KAREL SCHENK SLOOT is naar deze Karel genoemd. In 1561 kocht JOHAN DE LIGNE, GRAAF VAN AREMBERG de heerlijkheid Westerwolde en de Wedderborg. Hij sneuvelde in 1568 in de slag

bij Heiligerlee tegen LODEWIJK en ADOLF VAN NASSAU. In 1567 had hij nog meegewerkt aan een grondige omwerking van het Westerwoldse Landrecht van 1470, dat in zijn onoverzichtelijkheid alle kenmerken vertoonde van in een conflictsituatie inderhaast te zijn opgeschreven. Drost te Wedde was toen MATTHIAS ORT.

Veel van zijn rapporten aan de weduwe Margaretha van Aremberg-van der Marck zijn bewaard gebleven.

In 1543 onderwierp Karel van Gelre zich aan keizer Karel V. Alle 17 Nederlandse gewesten waren nu voor het eerst sedert Karel de Grote weer verenigd onder EEN heer. Nu werd ook een begin gemaakt met het terugdringen van de Dollard.

Tot zover een inleiding van het huis Horlings.

Geschreven door ds Wubbe Horlings in zijn boek Het Huis Horlings

Om zijn werk af te maken zoek ik contact met de huidige generatie. Ook met de familie in Amerika en Canada wordt contact gezocht, mogelijk via internet / e-mail.

 

Gebruikte afkortingen:

RA = Rechterlijke Archieven in het Rijksarchief te Groningen

NA = Notariele Archieven in het Rijksarchief te Groningen

BR = Breukenregister van de Rigters van Westerwolde van 1567 - 1667